Hier wat informatie over de Nonduif.

De Nonduif is een duivenras dat door een groot aantal fokkers over de hele wereld gefokt, wordt.
De Nonduif wordt al genoemd in de boeken van de schrijvers Aldrovandi omstreeks 1600, en van John Moore omstreeks 1750 waarin zelfs de eerste  tekening van de Nonduif staat, afgebeeld.
Deze duif is ingedeeld bij de sierduiven (gedomesticeerde duiven) in de groep, tuimelaarrassen.
Hij stamt af van de rotsduif (Columba livia). Het is een middelgrote duif  met een kort en, compact lichaam.
Volgens duivenkenner en keurmeester C.A.M. Spruijt, broedt de Nonduif  goed en brengen, hun jongen zorgzaam groot.
Dit schreef hij in 1954 in het boek Onze duivenrassen in woord en beeld.
Tegenwoordig broeden de Nonduiven niet zo goed doordat men gebruik is gaan maken van, voedsterduiven bijvoorbeeld postduiven om zo meer jongente kunnen fokken.
De Nonduiven hoefden zelf niet meer te broeden en zo is deze eigenschap uit het ras gefokt.
De doffers zijn onderling erg agressief in de broedtijd en in deze strijd gaat nog, al eens een ei, verloren.
Momenteel zijn er wel weer fokkers die de Nonduiven hun eigen jongen laten groot brengen, en zo proberen deze eigenschap weer terug te brengen in het ras.
De naam tuimelaar heeft deze duif gekregen om zijn bijzondere manier van vliegen.
In de lucht gooien zij hun hoofd in de nek waardoor ze als het ware om tuimelen.
Tegenwoordig is deze eigenschap enigszins weg gefokt omdat de duiven eigenlijk steeds, minder de ruimte krijgen om los te kunnen vliegen.
Deze sierduif wordt gefokt met als doel ze ten toon te stellen op kleindiertentoonstellingen.

In Nederland, Duitsland, Amerika en in het land waar de Nonduif veredelt is,
 Groot-Brittannië, komen ze op kleindiertentoonstellingen in grote aantallen voor.
Op dit moment zijn er enkele fokkers in Nederland, Groot-Brittannië en Amerika die deze, duif fokken in nieuwe kleurslagen o.a. as-rood, as-geel, Andalusisch blauw  lavendel en, grizzle maar deze kleurslagen zijn tot op heden nog niet erkend in Nederland

 


Standaardbeschrijving voor de Nonduif

Oorsprong: Nederland veredelt in Groot-Brittannië

Type: Middelgroot en compact

Stand: Afhellend.

Kop: fraai gerond, schedel breed en vlak tot aan de kap.

Kap: Kap hoog geplaatst, zeer breed en hoog, verticaal gedragen

Kapstructuur: vol en rijk van veren met een goed gesloten nekvulling (pakking)

Oogranden: Ogen: parel kleurig iris, niet uit springend smal, donker bij zwart en de blauwe Nonduif, bij dun kleurige Nonduif lichtgrijs, en bij de rode en gele Nonduif bleek tot vlees kleurig

Snavel: Bijna middel lang, krachtig en goed gesloten, nagenoeg horizontaal gedragen, bij zwart en de blauwe Nonduif, zwart achtige hoorn kleurig, en bij de rode en gele Nonduif vlees kleurig

Keel: goed uit gesneden

Hals: middel lang en krachtig, vrij wel recht gedragen

Borst: zeer breed vol gerond en voor uit springend

Buik: kort doch goed ontwikkeld

Rug: breed tussen de schouders, afhellend naar de staart

Vleugels: krachtig, breed en niet te lang, goed gesloten gedragen

Staart: kort tot zéér kort, goed gesloten en in het verlengde van de rug aflopend, bijna de grond rakend

Benen: vrij kort en stevig, loop benen onbevederd

Bevedering: glad aan liggend.

Ringmaat: 8 mm.

Kleurslagen: Zwart, dunkleur, rood, geel, blauw, blauwzilver en aszilver.

Tekening: De kop gekleurd tot aan de binnenzijde van de kap, binnen zijde van de kap geheel wit, de grote gekleurde slab vanaf de aanzet van de kap op de wangen met een fraaie ronde, tot diep op de voorzijde van de hals ( max: tot begin borstbeen). De staart, inclusief boven en onderstaart dek en aan elke vleugel tenminste 7 aaneengesloten buitenste slagpennen gekleurd.